1791 – philip willem smit en de voc

Philip Willem Smit en de VOC

Zijn naam en inschrijving

Volgens het register van opvarenden van de VOC heeft Philip Wilhelm Schmidt zich aangemeld als Philip Willem Smit. Opgegroeid in Kleef is hij de Nederlandse taal machtig en kan zich zo dus voordoen als Nederlander. Blijkbaar bracht dit voordelen met zich mee. Hij wordt aangenomen voor een reis met het schip de Constitutie en treedt in dienst op de dag van vertrek van het schip, op 20 februari 1791.

Eind 18e eeuw werft de VOC nieuwe opvarenden vaak met behulp van een zogenaamde werfofficier. De op deze wijze aangestelde zeelieden verdienen op de uit- en thuisreis niets, maar voor hun uitrusting werd gezorgd. Zij mochten om die reden geen maandbrief of schuldbrief schrijven. Omdat Philip wél beide “brieven geschreven” heeft, is hij dus niet via een werfofficier aangeworven.

Zijn beroep: Sousluitenant

Sousluitenant is een officiersfunctie en betreft de derde verantwoordelijke voor de navigatie, de hulpstuurman. Vóór 1784 werd dit de Derdewaak genoemd. Niet op elke reis was sprake van een sousluitenant. Daarentegen konden ook meerdere op een schip aanwezig zijn. Zelfs kon sprake zijn van een vierdewaak. Waak betekent hier wachthouder. Een derdewaak verdiende in 1749 26 gulden per maand (ongeveer € 283 nu).

Voor een aanstelling als luitenant was een examen verplicht. Ook Philip heeft dus examen moeten doen. De VOC heeft tegen het eind van de 18e eeuw steeds meer moeite goede officieren te rekruteren. Hierdoor worden ze vaker van verderweg aangetrokken. Reden om de exameneisen voor stuurlieden in 1781 aanzienlijk aan te scherpen. Allereerst zal een examinator Philip over de stuurmanskunst hebben ondervraagd. Bijvoorbeeld over het gebruik van de juiste navigatietechnieken en -instrumenten en de bijbehorende theorie. Daarna zal hij over zijn kennis van de “scheepsbestiering” ondervraagd zijn.

Heeft Philip zijn kennis opgedaan op eerdere zeereizen? Heeft hij een opleiding gevolgd? Vooralsnog kunnen we daar alleen maar naar raden.

Opleidingen waren in Amsterdam en Rotterdam. Maar met enige financiële middelen kon hier en daar ook privé les gevolgd worden.

Zijn schip

Het 880 ton zware schip de Constitutie is in 1788 op de werf in Hoorn gebouwd. De VOC heeft met dit schip maar één heen- en terugreis gemaakt. De heenreis wordt onder de vlag van Hoorn gevaren, met Zacharias van Hek als kapitein. Op de terugreis onder “de kamer van Amsterdam”, met kapitein Christiaan de Cerf.

Zijn vertrek in konvooi

Omdat onderweg naar de eindbestemming vele gevaren dreigen wordt in konvooi gevaren. De Engelsen betwisten de heerschappij op zee en piratenschepen kunnen overal opduiken. De Constitutie vertrekt daarom samen met vier andere VOC schepen onder begeleiding van een oorlogsschip, een zogenaamde Dutch man-of-war.

De andere schepen zijn:

  • de Christoffel Columbus met 357 bemanningsleden
  • de Kraai met 25 man
  • de Schagen, 175 man en
  • de Zaanstroom met 52 bemanningsleden.

Vertrokken wordt van de rede van Texel.

De Zaanstroom haalt de eindbestemming niet, maar komt acht dagen na vertrek (op 28-02-1791) in Frankrijk bij Barfleur aan de grond te zitten.

De bemanning

Op de Constitutie gaan 204 bemanningsleden mee op reis. Nog eens zestien man komen bij de afvaart uiteindelijk niet opdagen. Zij hebben ws. al een voorschot handgeld gehad en houden het verder voor gezien.
KAPITEIN op het schip is Zacharias van Hek uit Amsterdam (In de Rotterdamse Courant van 3 mei 1792 wordt hij “Kap. van Neek” genoemd). In 1789 is Zacharias kapitein op een zeereis naar Kaap de Goede Hoop. Heen met het schip de Berkhout en terug met de Rozenburg. Over deze terugreis wordt vermeld dat “van de 101 bemanningsleden er 26 chinees waren en onder de passagiers 2 slavinnen en 2 overlevenden van het oorlogsschip de Bounty. De laatste twee overlijden echter tijdens een heftige storm op 29-12-1789”.
LUITENANT of onderstuurman zijn:

  • Jan Fredrik Rolin Coenraadszn uit Amsterdam. Jan ziet na zijn vertrek met de Constitutie Amsterdam niet terug. Onfortuinlijk genoeg voor hem vergaat het schip waarmee hij Batavia weer verlaat (de Gouveneur Falck).
  • Willem Jacob Sem. Ook uit Amsterdam.

SOUSLUITENANT of derdewaaks is Philip Wilhelm samen met twee anderen:

  • Jan Fredrik Kraat uit Wildervank bij Groningen. Het is Jan zijn eerste en enige reis. Ook hij blijft, om onbekende reden achter in Batavia.
  • Jan Kreuning uit Amsterdam. Na zijn terugkeer naar Nederland met het schip de Oosthuizen gaat hij uit dienst.

Verder zijn aan boord:

  • 2 stuurmansleerlingen (cadet de marine): functie voor opleiding tot officier (2 nl)
  • 1 provoost: zorg voor orde en tucht aan boord (1 nl)
  • 1 hoogbootsman: toezicht op het lopende en staande want, speciaal van de grote mast; toezicht op de kwartiermeester (1 nl)
  • 1 hoogbootsmanmaat: helper van de hoogbootsman, verantwoordelijk voor de bezaansmast (1 nl)
  • 3 kwartiermeesters: hebben de directe leiding over de groepen manschappen. Zij zorgen verder voor ronddeling van het warme eten en ordehandhaving tijdens de schaft. (3 nl)
  • 1 kok: verantwoordelijk voor het koken van de warme maaltijd (1 gw)
  • 1 koksmaat: helper van de kok (1 nl)
  • 2 botteliers: verantwoordelijk voor het voedsel en de drinkwaren (1 nl + 1 de)
  • 1 botteliersmaat: (1 nl)
  • 1 opperkuiper: toezicht op en openen van kuipen, vaten, emmers e.d.; helper van de bottelier (1 nl)
  • 1 onderkuiper: helper van de opperkuiper (1 nl)
  • 1 brandspuitmaker: (1 nl)
  • 1 trompetter: geeft signalen bij het wisselen van de wacht (1 ?)
  • 1 opperchirurgijn: voor medische zorg (1 ?)
  • 2 tweede chirurgijns: voor de medische zorg (1 nl en 1 de)
  • 2 derde chirurgijns: voor de medische zorg (1 nl en 1 de)
  • 1 ziekentrooster: geestelijke zorg aan boord (1 nl)
  • 1 bosschieter: ervaren matroos, ook belast met het afvuren van een kanon (1 nl)
  • 130 matrozen: waak- en roergang; laden en lossen; reinigen, teren en kalfaten van het schip; af- en aanslaan van de zeilen; helpers van de onderofficieren. Ook wel bootsgezel. (herkomst nog niet bekeken)
  • 20 hooplopers: helpers van de matrozen (18 nl en 2 se)
  • 3 jongens: jonger dan 17 jaar, voor allerlei karweitjes aan boord (3 nl)
  • 1 opperscheepstimmerman: verantwoordelijk voor de romp, pompen en ander houtwerk (1 nl)
  • 2 scheepstimmermannen: verantwoordelijk voor de romp, pompen en ander houtwerk (2 nl)
  • 5 onderscheepstimmermannen: helpers van de scheepstimmermannen.(4 nl en 1 de)
  • 1 draaier: verwerkt hout, metaal of been op een draaibank (1 nl)
  • 1 grofsmid: handwerksman (1 de)
  • 1 konstabel: verantwoordelijk voor wapens (1 se)
  • 2 konstabelsmaten: helper van de konstabel (2 nl)
  • 1 molenmaker: handwerksman (1 nl)
  • 1 schieman: verantwoordelijk voor de fokkenmast (1 de)
  • 1 schiemansmaat: helper van de schieman, verantwoordelijk voor de boegspriet (1 nl)
  • 2 scheepskorporalen: belast met het toezicht en onderhoud van de wapens, wapensmid (2 be)
  • 1 assistent: helper van de (opper)koopman (1 de)
  • 1 boekhouder: administratie van goederen, lonen en voedsel (1 za)
  • 1 onbekend: (1 nl)

De Maandbrief

Door middel van een maandbrief konden werknemers bij de VOC maximaal drie maandlonen per jaar bestemmen voor verwanten in de 1e graad: ouders, echtgenote of kinderen. In het soldijboek wordt alleen vermeld dat er een maandbrief is met de naam van de begunstigde.

Bij onvoldoende saldo werd de maandbrief met voorrang uitbetaald. Betalingen op de maandbrief worden vermeld. De maandbrief was in het bezit van de begunstigde.

Philip heeft een Maandbrief getekend. Dat wil zeggen dat Alida Spijker, zijn vrouw, bij zijn overlijden maximaal 3 maandsalarissen heeft gekregen.

De Schuldbrief

Een werknemer van de VOC kon een schuldbrief / obligatie ondertekenen tot maximaal ƒ300, afhankelijk van de rang. De schuldbrief was veelal op naam gesteld, maar overdraagbaar en werd aan de toonder uitbetaald. Bij onvoldoende saldo werd de transportbrief bij voorrang voldaan, na de maandbrief. In het soldijboek wordt alleen vermeld dat er een schuldbrief is en ook de terugbetaling, voor zover dat gebeurd is.

Philip heeft een Schuldbrief getekend, zodat Alida na zijn overlijden ook dit bedrag zal uitbetaald hebben gekregen.

Zijn eindbestemming: Batavia

In 1733 stak in Batavia een onbekende ziekte de kop op, die uiteindelijk heel veel zeelieden en ook Philip in 1792 “de kop heeft gekost”. Waarschijnlijk is dat de VOC door het verlies van steeds meer bemanningsleden door deze ziekte ook uiteindelijk zelf het loodje heeft moeten leggen.

Lees daarover de samenvatting van het boek: Malaria en Malaise.

Reacties zijn uitgeschakeld.